Algemene informatie

De verschillende atletiek onderdelen voor baanatletiek zijn:

sprint hink stap sprong
middenlange afstanden speerwerpen
lange afstanden (baan, weg, bos) kogelstoten
estafette discuswerpen
hordelopen kogelslingeren
steeple chase meerkamp
verspringen polsstokhoogspringen
hoogspringen  

 Voor de pupillen gelden aangepaste onderdelen:

teamestafette hurkhoog
sprinten (40 of 60 m) meters maken (4 of 6 min)
hordelopen (40 of 60m) slingeren
stoten (kogel of medicienbal) polstokverspringen
vortexwerpen hindernis pendelestafette
hoogspringen stadioncross
verspringen  

 

Inleiding en doelstellingen

Voor onze jeugdleden streven we er naar om kennis te maken met de verschillende onderdelen van atletiek op een speelse manier. De trainers letten er daarnaast op dat alle vaardigheden wel op een juiste manier worden aangeleerd, de techniek wordt verfijnd en de kinderen de juiste sportieve instelling krijgen. Vanaf de C / B junioren (14 jaar) kan men zich gaan specialiseren.

De klasse-indeling is als volgt:

leeftijd klasse
7 jaar mini pupil
8 jaar C pupil
9 jaar B pupil
10 jaar A pupil 1e jaars
11 jaar A pupil 2e jaars
12 jaar D junior 1e jaars
13 jaar D junior 2e jaars
14 jaar C junior 1e jaars
15 jaar C junior 2e jaars
16 - 17 jaar B junior
18 - 19 jaar A junior
20 - 34 jaar senior
35 jaar en ouder master

Seizoenen

Binnen de Atletiekuniek loopt het winterseizoen van november t/m maart en het zomerseizoen van april t/m oktober. In november word je bij de Atletiekunie een categoriejaar ouder.

De seizoenen van GM lopen iets anders, de nieuwe groepsindeling begint in oktober. Daarom loopt de periode van oktober t/m maart voor het winterseizoen en van april t/m september voor het zomerseizoen. Als je deelneemt aan wedstrijden van de Atletiekunie dan wordt die indeling aangehouden.


Deel op sociale media:

Terug naar boven